woensdag 1 december 2010

Weerman Frank Deboosere, collega van weervrouw Sabine Hagedoren, over het VRT weerpraatje



Weerman Frank Deboosere, collega van weervrouw Sabine Hagedoren, over het weerpraatje op de VRT.

Kan je studeren voor weerman?
Frank Deboosere: Ik denk het niet. Om het te leren, moet je er elke dag mee bezig
zijn. Zowel Sabine Hagedoren als ik bekijken elke dag de weerkaarten.
Ook als we het weerbericht niet doen.

Wil je het weer van morgen kennen? Dan moet je ook weten hoe het gisteren was. Dan pas weet je waarover je praat. In Frankrijk brengen acteurs en vooral mooie sexy
actrices het weerbericht op TV. Maar die begrijpen niet echt goed wat
ze vertellen. Voor hen is het gewoon een verhaaltje. Volgens mij moet
je weten waar je mee bezig bent.

Als ik fout ben, wil ik weten waarom. Bij die acteurs is dat het minste van hun zorgen. En dat merk je als kijker. De taal is ook heel belangrijk. Een 'weermens' (man of
vrouw) moet het goed kunnen zeggen. Een goede weerman zijn is niet
genoeg. Het is belangrijk dat de mensen mijn weerbericht ook
begrijpen. Anders is mijn werk voor niets.



Schrijf je je teksten zelf?
Frank Deboosere: Ik begin altijd, net als Sabine Hagedoren, met het bekijken van de weerkaarten. En daar groeit
mijn weerbericht uit. Ik weet waarmee ik moet beginnen en waar ik
moet uitkomen. Zo maak ik mijn tekst. Vroeger las ik die tekst dan af
van een schermpje. Nu doe ik dat niet meer. Aflezen is wel prettig en
gemakkelijk. Maar het blijft aflezen.

Na 10 jaar besloot ik om het weerpraatje gewoon te vertellen. Ik begon ermee in september. Dat was wel spannend. Ik leer de tekst niet uit het hoofd. Ik laat de woorden
uit mezelf komen. Als dat niet meteen lukt, zeg ik maar eventjes
'euh'. Dat is eerlijker, vind ik. Het gevaar is wel dat je af en toe
vaktaal gebruikt.

En kijkers begrijpen die niet. Je moet dus heel goed letten op je taal. Daarom schrijf ik mijn tekst soms nog uit.

Dan ben ik verplicht om te zoeken naar nieuwe manieren om iets te
zeggen. Ik mag het wel niet te ver gaan zoeken. Er zijn grenzen. Maar
na 10 jaar denk ik dat ik die grenzen wel ken.









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen